Wateras: Take 2.

  • Barend Zinkweg

    Toen de nieuwe wateras werd aangevoerd vielen mij de uitvoering van de schenen (uiteraard) ook direkt op. Die zijn niet zoals die waren op de oude as. Ik heb er de molenmaker naar gevraagd waarom dat anders is uitgevoerd. Hij vertelde me, dat deze uitvoering inderdaad niet origineel is, maar volgens hem wel beter.

    - Dammetjes tussen de schenen dragen niet, want die zijn veel minder slijtvast dan de schenen. De schenen aan elkaar aansluitend bevestigen geeft dus een “rondere” hals. Dammetjes geven de schenen ook niet het houvast wat je zou denken. Als er rot optreedt, zijn het vooral de dammetjes die daar last van hebben. Op de oude as viel inderdaad op, dat de schenen scheluw geraakt waren.

    - Dammetjes nemen ietwat vet op en hebben daardoor een beetje een “zelfsmerend vermogen”. Bij de nieuwe as wordt tussen de schenen poetskatoen gepropt met consistentvet voor het zelfde doel.

    - Of die twee schroeven dan sterk genoeg zijn om ze op hun plaats te houden? “Ja, natuurlijk, anders had ik dat zo niet gemaakt”.

    - De schenen zijn overigens gemaakt van “waaibomen-ijzer”, dat waren de oude schenen ook.

    - Of daar ook vooraf over had kunnen worden overlegd: in de werkplaats is er door de molenmakers met elkaar overleg over geweest en inderdaad: overleg vooraf met de opdrachtgever was verstandiger geweest. Weer wat geleerd.

    En inderdaad Jan: “De tijd zal leren of dit ook goed gaat.”

  • Andreas de Vos

    Bedankt voor de info Barend!

    Wat betreft die schenen in de oude as: was me inderdaad ook opgevallen dat die zo vreemd afgesleten waren, maar op de foto's kon ik de oorzaak niet zien.

    Wat betreft de dammetjes: die assen van mijn molens (De Eendracht en de Sluismolen) hebben wel dammen maar van onrondheid is niks te merken. Zeer waarschijnlijk dragen altijd minimaal 2 of meer schenen tegelijk. Per scheen zal de druk dan misschen wel wat hoger zijn vergeleken met een helemaal rondom van schenen voorziene hals.

    Overigens, 30 jaar met zo'n houten as doen valt me helemaal niet tegen.

    Groetsels,

    Andreas de Vos